|
|
BerouwNombre de versets (ayats): 129Affichage: 81-90
Imprimer la page 9.82. Laten zij weinig lachen en veel wenen als vergelding voor hetgeen zij deden. 9."83. En als Allah u tot een gedeelte hunner terugzendt en zij u om toestemming vragen om uit te trekken (tot het gevecht), zeg dan: ""Gij zult met mij niet uittrekken en gij zult nooit een vijand met mij bestrijden. Gij verkoost eerst thuis te blijven, zit daarom thans met degenen, die achterblijven." 9.84. En bid voor geen enkele hunner die sterft, noch sta bij zijn graf, want zij verwierpen Allah en Zijn boodschapper en stierven, terwijl zij overtreders waren. 9.85. Laat hun eigendommen en hun kinderen uw verwondering niet opwekken: Allah wenst hen daarmede in deze wereld te straffen, hun ziel zal hen verlaten, terwijl zij ongelovigen zijn. 9."86. En wanneer een Soerah wordt geopenbaard: ""Gelooft in Allah en strijdt tezamen met Zijn boodschapper,"" vragen de rijken onder hen u om toestemming en zeggen: ""Laat ons achter, opdat vij bij de achterblijvers zijn.""" 9.87. Zij stellen zich tevreden om met de achterblijvenden te zijn en hun hart is verzegeld, derhalve begrijpen zij niet. 9.88. Maar de boodschapper en de gelovigen met hem, strijden met hun bezit en hun persoon en zij zijn het, die het goede zullen ontvangen en zij zullen slagen. 9.89. Allah heeft tuinen voor hen bereid waar doorheen rivieren stromen, zij zullen daarin vertoeven. Dat is de opperste zegepraal. 9.90. Van de woestijn-Arabieren kwamen er, uitvluchten zoekend opdat hun vrijstelling mocht worden verleend. En degenen, die logen jegens Allah en Zijn boodschapper, bleven thuis. En degenen hunner, die niet geloven, zal een pijnlijke straf treffen. |
|