|
|
De VerhevenNombre de versets (ayats): 206Affichage: 71-80
Imprimer la page 7.72. En Wij redden hem en degenen, die met hem waren door Onze barmhartigheid en Wij sneden de levenswortel af van degenen die Onze tekenen verloochenden. En dezen waren geen gelovigen. 7."73. Naar de Samoed (kwam) hun broeder Salih. Hij zeide: ""O mijn volk, aanbidt Allah, gij hebt geen andere god naast Hem. Voorwaar er is een duidelijk bewijs van uw Heer tot u gekomen, deze kamelin is van Allah, een teken voor u. Laat haar daarom met rust opdat zij zich van Allah's aarde moge voeden en doet haar geen leed, anders zal een pijnlijke straf u bereiken.""" 7.74. En herinnert u, toen Hij u na (het volk van) Aad tot opvolgers maakte en u vestigde in het land, gij bouwdet paleizen in de vlakten en gij hieuwt huizen uit de bergen. Gedenkt daarom de gunsten van Allah en wandelt niet op aarde, onheil stichtend. 7."75. De leiders van zijn volk, die aanmatigend waren, zeiden tot de gelovigen, die zij zwak achtten: ""Weet gij zeker, dat Salih een door zijn Heer gezondene is?"" Zij antwoordden: ""Wij geloven voorzeker in hetgeen, waarmede hij gezonden is.""" 7."76. Degenen die aanmatigend waren zeiden: ""Voorwaar, wij geloven niet in hetgeen waarin gij gelooft.""" 7."77. Toen verlamden zij de kamelin en overtraden het gebod van hun Heer en zeiden: ""O, Salih, breng ons hetgeen, waarmede gij ons hebt bedreigd, als gij tot de boodschappers behoort.""" 7.78. De aardbeving overviel hen en zij lagen uitgestrekt op de grond in hun huizen. 7."79. Toen wendde Salih zich van hen af en zeide: ""O, mijn volk, ik bracht u de boodschap van mijn Heer en bood u oprechte raad aan, maar gij houdt niet van oprechte raadgevers.""" 7."80. En Lot, toen hij tot zijn volk zeide: ""Pleegt gij een gruweldaad zoals niemand ter wereld ooit vóór u pleegde?""" |
|