|
|
De VerhevenNombre de versets (ayats): 206Affichage: 61-70
Imprimer la page 7.62. Ik breng u de boodschappen van mijn Heer over en geef u oprechte raad en ik weet van Allah wat gij niet weet. 7.63. Verwondert gij u, dat er een aanmaning van uw Heer tot u is gekomen door een man uit uw midden opdat hij u moge waarschuwen en opdat gij rechtvaardig moogt worden en opdat u barmhartigheid moge worden betoond? 7.64. Maar zij verloochenden hem, Wij redden hem en degenen die met hem in de ark waren en Wij verdronken degenen, die Onze tekenen verwierpen. Zij waren inderdaad een verblind volk. 7."65. En tot (het volk van) Aad (zonden Wij) hun broeder Hoed. Hij zeide: ""O mijn volk, aanbidt Allah, gij hebt geen andere god naast Hem. Wilt gij dan niet (God) vrezen?""" 7."66. De ongelovige leiders van zijn volk zeiden: ""Wij zien u als een dwaze en wij denken, dat gij tot de leugenaars behoort.""" 7."67. Hij antwoordde: ""O, mijn volk, er is in mij geen dwaasheid, maar ik ben een boodschapper van de Heer der Werelden.""" 7.68. Ik breng u de woorden van mijn Heer en ik ben voor u een eerlijke raadgever. 7."69. Verwondert gij u, dat er een waarschuwing van uw Heer tot u is gekomen door een man uit uw midden, opdat hij u moge waarschuwen? Hij maakte u na het volk van Noach tot erfgenamen en deed u overvloedig in kracht toenemen. Gedenkt daarom de gunsten van Allah, opdat gij moogt slagen.""" 7."70. Zij zeiden: ""Zijt gij tot ons gekomen opdat wij Allah alleen moeten aanbidden en de goden die onze vaderen aanbaden zullen verlaten? Breng ons dan hetgeen waarmede gii ons bedreigt, als gij oprecht zigt.""" |
|