|
|
De VerhevenNombre de versets (ayats): 206Affichage: 141-150
Imprimer la page 7."142. En Wij maakten met Mozes een overeenkomst van dertig nachten en vulden ze met tien nachten aan. Aldus werd de periode, die door zijn Heer was vastgesteld tot veertig nachten aangevuld. En Mozes zeide tot zijn broeder Aäron: ""Wees mijn plaatsvervanger onder mijn volk in mijn afwezigheid en beheer wel en volg de weg der onruststokers niet.""" 7."143. En toen Mozes op Onze vastgestelde tijd kwam en zijn Heer tot hem sprak, zeide hij: ""Mijn Heer, toon U aan mij, opdat ik U moge aanschouwen."" Hij (Allah) antwoordde: ""Gij zult Mij stellig niet kunnen aanschouwen, maar kijk naar de berg en als deze op zijn plaats blijft, dan zult gij Mij wel kunnen zien."" En toen zijn Heer Zich op de berg openbaarde, brak deze in stukken en Mozes viel bewusteloos neder. En toen hij tot zichzelf kwam, zeide hij: ""Heilig zijt Gij, ik wend mij tot U en ik ben de eerste der gelovigen.""" 7."144. Allah zeide: ""O, Mozes, Ik heb u door Mijn boodschappen en Mijn woord boven de volkeren uitverkoren. Houd u daarom vast aan hetgeen Ik u heb gegeven en behoor tot de dankbaren.""" 7.145. En Wij schreven op de tafelen allerhande raad en uitleg voor alles. Houd u er aan en beveel uw volk, dit alles stipt op te volgen. Ik zal u weldra de verblijfplaats der overtreders tonen. 7.146. Ik zal voorzeker degenen, die ten onrechte trots handelen op aarde weldra van Mijn tekenen afkeren, en hoewel zij alle tekenen zien, zullen zij er niet in geloven, en als zij het pad der rechtvaardigheid zien zullen zij dit als weg niet aanvaarden, maar indien zij het pad der dwaling zien, zullen zij deze als weg wel inslaan. Dat komt, omdat zij Onze tekenen verloochenden en er onachtzaam op waren. 7.147. En zij, die Onze tekenen en de laatste Ontmoeting verloochenen - hun werken zullen verloren gaan. Zullen zij worden beloond, anders dan voor hetgeen zij deden? 7.148. En het volk van Mozes maakte van hun sieraden in zijn afwezigheid het lichaam van een kalf - dat een loeiende toon voortbracht. Zagen zij niet, dat het niet tot hen kon spreken, noch hen naar een goede weg leiden? Zij namen het, (als hun god) en zij waren overtreders. 7."149. Toen zij wroeging gevoelden en zagen, dat zij inderdaad gedwaald hadden, zeiden zij: ""Als onze Heer ons geen barmhartigheid betoont en ons vergeeft, zullen wij gewis tot de verliezers behoren.''" 7."150. En toen Mozes verontwaardigd en bedroefd tot zijn volk terugkeerde, zeide hij: ""Hetgeen gij in mijn afwezigheid deedt, was slecht. Hebt gij u gehaast vóór het gebod van uw Heer?"" En hij legde de tafelen neder en greep zijn broeders haar en sleepte hem naar zich toe. Hij (Aäron) zeide: ""Zoon van mijn moeder, het volk achtte mij inderdaad zwak en wilde mij doden. Laat zich de vijanden daarom niet over mij verblijden en plaats mij niet bij het onrechtvaardige volk.""" |
|