|
|
Het VeeNombre de versets (ayats): 165Affichage: 81-90
Imprimer la page 6.82. Zij die geloven en hun geloof niet met onrechtvaardigheid vermengen - dezen zijn het, die vrede zullen hebben want zij zijn recht geleid. 6.83. En dit is onze bewijsgrond die Wij Abraham tegen zijn volk gaven. Wij verheffen graadsgewijze, wie Wij willen. Voorzeker, Uw Heer is Alwijs, Alwetend. 6.84. En Wij gaven hem Izaäk en Jacob, Wij leidden elk hunner en voordien leidden Wij Noach en van zijn afstammelingen: David, Salomo, Job, Jozef, Mozes en Aäron. Zo belonen Wij de goeden. 6.85. En Zacharia, Johannes, Jezus en Elias. Elk hunner behoorde tot de deugdzamen. 6.86. En Ismaël, Elisa, Jonas en Lot, elk hunner verhieven Wij boven de volkeren. 6.87. En van hun vaderen en hun kinderen en hun broederen verkozen Wij enigen en leidden hen op het rechte pad. 6.88. Dit is de leiding van Allah, Hij leidt daarmede van Zijn dienaren, wie Hij wil. En, indien zij iets naast Hem hadden aanbeden, zou voorzeker al hetgeen zij plachten te doen, verloren zijn gegaan. 6.89. Dezen zijn het, wie Wij het Boek en de heerschappij en het profetenambt gaven. Maar nu dezen er ondankbaar voor zijn, hebben Wij deze aan een volk toevertrouwd dat er niet ondankbaar voor zal zijn. 6."90. Dezen zijn het, die Allah juist heeft geleid, volgt daarom hun leiding. Zeg: ""Ik vraag u er geen beloning voor. Dit is niets dan een vermaning aan alle volkeren.""" |
|