|
|
Het VeeNombre de versets (ayats): 165Affichage: 21-30
Imprimer la page 6."22. (Gedenk) de Dag, waarop Wij hen allen zullen verzamelen, dan zullen Wij zeggen tot degenen, die afgoderij pleegden: ""Waar zijn uw mededingers, die gij beweerdet (te bezitten)?""" 6."23. Dan zal hun antwoord niet anders zijn dan dat zij zeggen: ""Bij Allah, onze Heer, wij waren geen afgodendienaren.""" 6.24. Zie, hoe zij tegen zichzelven liegen en hoe hetgeen zij plachten te verzinnen voor hen verloren is gegaan. 6."25. Er zijn sommigen hunner, die naar u luisteren, maar Wij hebben sluiers om hun hart gelegd en hun oren verstopt, zodat zij niet begrijpen. En al zagen zij elk teken, zouden zij er toch niet in geloven, wanneer zij tot u komen redetwisten zij met u, en de ongelovigen zeggen: ""Dit zijn niets dan fabelen der ouden.""" 6.26. En zij verbieden (anderen) en blijven er zelt verre van. En zij deren niemand dan zichzelven, zij bemerken het echter niet. 6."27. En als gij het slechts zoudt kunnen zien, wanneer zij voor het Vuur zullen worden gebracht! Zij zullen dan zeggen: ""O, mochten wij slechts worden teruggezonden, dan zouden wij de tekenen van onze Heer niet meer verloochenen en wij zouden tot de gelovigen behoren.""" 6.28. Neen, hetgeen zij voorheen plachten te verbergen is hun duidelijk geworden. En als zij zouden worden teruggezonden zoudden zij gewis tot hetgeen hen was verboden terugkeren, Voorzeker zij zijn leugenaars. 6."29. En zij zeggen: ""Er is niets dan ons leven van deze wereld en wij kunnen niet worden opgewekt.""" 6."30. En wanneer gij het slechts zoudt kunnen zien, wanneer zij voor hun Heer zullen worden gebracht, zal Hij zeggen: ""Is dit niet de waarheid?"" Zij zullen antwoorden: ""Ja zeker, bij onze Heer."" Hij zal zeggen: ""Ondergaat dan de straf, omdat gij placht te verwerpen.""" |
|