|
|
Het TafelNombre de versets (ayats): 120Affichage: 21-30
Imprimer la page 5."22. Zij zeiden: ""O, Mozes, daarin is een trots en machtig volk en wij zullen er niet binnengaan voordat zij er uit weggaan. En indien zij er uit weggaan, zullen wij het binnentrekken.""" 5."23. Daarop zeiden twee mannen van degenen die hun Heer vreesden en wie Allah Zijn gunst had bewezen: ""Gaat de poort (van de stad) binnen, hen tegemoet - wanneer gij er eenmaal binnen zijt, dan zult gij zeker overwinnaar worden. En stelt uw vertrouwen in Allah, als gij gelovigen zijt.""" 5."24. Zij zeiden: ""O, Mozes, wij zullen er stellig niet binnengaan zolang zij er in zijn. Gaat gij en uw Heer en strijdt - wij blijven hier zitten.""" 5."25. Hij zeide: ""Mijn Heer, ik heb macht over niemand dan over mijzelf en mijn broeder, maak daarom een onderscheid tussen ons en het opstandige volk.""" 5."26. Allah zeide: ""Voorzeker, dat (land) is voor hen voor veertig jaren verboden, dwalende zullen zij door het land trekken. Bekommer u daarom niet over het ongehoorzame volk.""" 5."27. En vertel naar waarheid het verhaal van de twee zonen van Adam, toen zij een offer brachten en het van één hunner werd aangenomen en van de ander niet. De laatstgenoemde zeide: ""Ik zal u zeker doden."" - De eerste zeide: ""Allah neemt alleen iets van de rechtvaardigen aan."" -" 5.28. Als gij uw hand naar mij uitstrekt om mij te doden, zal ik mijn hand niet naar u uitstrekken, om u te doden. Ik vrees Allah, de Heer der Werelden. 5."29. Ik wens, dat gij zowel met de zonde tegen mij, als met uw zonde terugkeert, zodat gij tot de bewoners van het Vuur zult behoren, dat is de beloning der misdadigers.""" 5.30. Maar zijn kwade neiging dreef hem er toe zijn broeder te doden, dus doodde hij hem en werd een der verliezers. |
|