|
|
Het TafelNombre de versets (ayats): 120Affichage: 111-120
Imprimer la page 5."112. Toen de discipelen zeiden: ""O, Jezus, zoon van Maria, is uw Heer bij machte, ons een (met voedsel) gedekte tafel van de hemel neder te zenden?"", antwoordde hij: ""Vreest Allah, als gij gelovigen zijt.""" 5."113. Zij zeiden: ""Wij verlangen zeer, er van te mogen eten zodat ons hart gerustgesteld moge worden en wij mogen weten dat gij de waarheid tot ons hebt gesproken en wij daarvan getuigen mogen zijn.""" 5."114. Jezus, de zoon van Maria, zeide: ""O Allah, onze Heer, zend ons een (met voedsel) gedekte tafel van de hemel neder, opdat het voor de eersten en de laatsten onzer een feest moge zijn en een teken van U en tot onderhoud van ons, want Gij zijt de Beste der onderhouders.""" 5."115. Allah zeide: ""Waarlijk, Ik zal haar (de tafel) tot u nederzenden, maar wie uwer nadien ondankbaar wordt, zal Ik zó straffen als Ik geen ander onder de volkeren gestraft heb.""" 5."116. En wanneer Allah zal zeggen: ""O Jezus, zoon van Maria, hebt gij tot de mensen gezegd: 'Beschouwt mij en mijn moeder als twee Goden naast Allah,'? zal hij antwoorden: ""Heilig zijt Gij! Ik zou nooit kunnen zeggen, waarop ik geen recht had. Indien ik het had gezegd zoudt Gij het zeker hebben geweten. Gij weet, wat in mijn innerlijk is en ik weet niet, wat in U is. Gij zijt de Kenner van het onzienlijke." 5."117. Ik zeide niets tot hen, dan hetgeen Gij mij hebt geboden: ""Aanbidt Allah, mijn Heer en uw Heer."" En ik was getuige van hen, zolang ik in hun midden verbleef, maar nadat Gij mij deedt sterven, waart Gij de Bewaker over hen en Gij zijt Getuige van alle dingen." 5.118. Indien Gij hen straft, zijn zij Uw dienaren en indien Gij hen vergeeft, zijt Gij zeker de Almachtige, de Alwijze. 5."119. Allah zal zeggen: ""Dit is een dag waarop waarachtigheid de waarachtigen zal baten. Voor hen zijn tuinen, waar doorheen rivieren stromen, zij zullen daarin voor eeuwig vertoeven."" Allah heeft behagen in hen en zij hebben behagen in Hem, dit is de grote zegepraal." 5.120. Aan Allah behoort het koninkrijk der hemelen en der aarde en wat daartussen is en Hij heeft macht over alle dingen. |
|