|
|
Het TafelNombre de versets (ayats): 120Affichage: 11-20
Imprimer la page 5."12. Waarlijk Allah sloot een verbond met de kinderen Israëls en Wij verwekten twaalf leiders uit hun midden. En Allah zeide: ""Voorzeker, Ik ben met u. Indien gij het gebed houdt en de Zakaat betaalt en in Mijn boodschappers gelooft en hen bijstaat en aan Allah's (dienst) een goede lening verstrekt, zal Ik uw zonden van u verwijderen en u in tuinen toelaten, waar doorheen rivieren stromen. Maar wie onder u daarna dit verwerpt, is inderdaad van het rechte pad afgedwaald.""" 5.13. En wegens hun breken van het verbond hebben Wij hen vervloekt en hun hart verhard. Zij rukken de woorden uit hun verband en hebben een deel van hetgeen hun was vermaand, vergeten. En gij zult hen altijd oneerlijk bevinden op enkelen na, derhalve vergeef hen en wend u van hen af. Voorzeker, Allah heeft degenen, die goeddoen, lief. 5."14. En met degenen die zeggen: ""Wij zijn Christenen, sloten Wij (eveneens) een verbond, maar zij vergaten een deel van hetgeen hen was voorgehouden. Daarom deden Wij vijandschap en haat onder hen ontstaan, tot de Dag der Opstanding. Allah zal hen weldra laten weten, wat zij deden." 5.15. O, mensen van het Boek, Onze boodschapper is tot u gekomen, die veel van hetgeen voor u verborgen bleef van het Boek heeft ontsluierd en veel overgeslagen. Er is van Allah inderdaad een licht en een duidelijk Boek tot u gekomen. 5.16. En Allah leidt daarmede degenen die Zijn welbehagen zoeken op de paden van vrede en leidt hen uit de duisternis tot het licht door Zijn gebod en leidt hen naar het rechte pad. 5."17. Voorzeker, zij lasteren God die zeggen: ""De Messias, zoon van Maria, is zeker Allah."" Zeg: ""Wie heeft dan macht tegen Allah, als Hij de Messias, zoon van Maria en zijn moeder en allen die op aarde zijn, teniet wil doen?"" Aan Allah behoort het koninkrijk der hemelen en der aarde en al wat daartussen is. Hij schept wat Hij wil en Allah heeft macht over alle dingen." 5."18. De Joden en de Christenen zeggen: ""Wij zijn Allah's kinderen en Zijn geliefden."" Zeg: ""Waarom straft Hij u dan voor uw zonden? Neen, gij zijt mensen onder degenen die Hij schiep. Hij vergeeft, wie Hij wil en Hij straft, wie Hij wil. En aan Allah behoort het koninkrijk der hemelen en der aarde en wat daartussen is en tot Hem is de terugkeer." 5."19. O, gij mensen van het Boek, Onze boodschapper is tot u gekomen na een onderbreking in de reeks van boodschappers, die u klaarheid brengt, opdat gij niet zult zeggen: ""Er is geen brenger van een blijde tijding en geen waarschuwer tot ons gekomen."" Waarlijk er is een brenger van een blijde boodschap en een waarschuwer tot u gekomen. Allah heeft macht over alle dingen." 5."20. En toen Mozes tot zijn volk zeide: ""O, mijn volk, herinner u Allah's gunst aan u, toen Hij profeten onder u aanstelde en u koningen aanwees en Hij u gaf, wat Hij aan niemand onder de volkeren heeft gegeven.""" |
|