|
|
MohammedNombre de versets (ayats): 38Affichage: 21-30
Imprimer la page 47.22. Zult gij dan niet door u af te wenden verderf in het land brengen en uw familiebanden verbreken? 47.23. Dezen zijn het, die Allah heeft vervloekt, zodat Hij hen doof heeft gemaakt en hun ogen verblind. 47.24. Willen zij dan niet over de Koran nadenken, of zijn er sloten op hun hart? 47.25. Waarlijk, voor hen die hun rug omkeren nadat de leiding hun duidelijk is geworden, heeft Satan het gemakkelijk gemaakt en hun verlangens opgewekt. 47."26. Dat is doordat zij tot degenen die haten wat Allah heeft geopenbaard, zeggen: ""Wij willen u in sommige zaken gehoorzamen."" Maar Allah kent hun geheimen." 47.27. En hoe (zal het zjin) wanneer de engelen bij de dood hun ziel zullen nemen, hun aangezicht en hun rug treffend? 47.28. Omdat zij datgene volgen wat Allah vertoornt en haten wat Hem behaagt, daarom heeft Hij hun werken vruchteloos gemaakt. 47.29. Denken zij wier hart ziek is, dat Allah hun boosaardigheden niet aan het licht zou brengen? 47.30. En indien Wij wilden, konden Wij hen (de huichelaars) aan u tonen, zodat gij hen aan hun merkteken zoudt kennen. Maar gij zult hen gewis aan hun woorden herkennen. En Allah heeft kennis van hetgeen gij doet. |
|