|
|
De VrouwenNombre de versets (ayats): 176Affichage: 41-50
Imprimer la page 4.42. Op die Dag zullen zij, die verwierpen en de boodschapper niet gehoorzaamden, wensen, dat de aarde met hen gelijk zou worden gemaakt en zij zullen geen woord voor Allah kunnen verbergen. 4.43. O, gij die gelooft, komt niet tot het gebed als gij bedwelmd zijt, totdat gij weet wat gij zegt, noch, wanneer gii onrein zijt tot gij u hebt gebaad, tenzij gij onderweg zijt. En indien gij ziek zijt, of op reis, of een uwer van de afzondering komt, of gij hebt vrouwen aangeraakt en gij vindt geen water, neemt dan uw toevlucht tot zuivere aarde en veegt er uw gezicht en handen mee af. Waarlijk, Allah is Inschikkelijk, Vergevensgezind. 4.44. Kent gij niet degenen, die deel hebben aan het Boek? Zij geven de voorkeur aan dwaling en wensen, dat ook gij van de (rechte) weg moogt afdwalen. 4.45. Allah kent uw vijanden goed. Allah is voldoende als Vriend en Allah is toereikend als Helper. 4."46. Er zijn onder de Joden, die woorden uit hun verband rukken. En zij zeggen: "" Wij horen en gehoorzamen niet"" en ""luistert gij, zonder te horen"" en ""Raainaa"", terwijl zij woorden verdraaien en het geloof zoeken te schenden. En indien zij gezegd hadden: ""Wij horen en wij gehoorzamen"" en ""hoort toe"" en ,,Kijk ons aan"" het dit beter en oprechter voor hen zijn geweest. Maar Allah heeft hen wegens hun ongeloof vervloekt, zij geloven dus slechts weinig." 4.47. O, mensen van het Boek, gelooft in hetgeen Wij hebben nedergezonden, vervullende hetgeen bij u is voordat Wij uw leiders vernietigen en neerwerpen of hen vervloeken, zoals Wij het volk van de Sabbath vervloekten. Allah's gebod zal volbracht worden. 4.48. Waarlijk, Allah vergeeft niet dat men iets met Hem vereenzelvigt, maar Hij zal al hetgeen daarbuiten staat vergeven, wie Hij wil. En wie iets met Allah vereenzelvigt, heeft inderdaad een zeer grote zonde begaan. 4.49. Hebt gij over hen niet vernomen die zichzelf rein achten? Neen, Allah is het, Die reinigt, wie Hij wil. Hen zal niet het minste onrecht worden aangedaan. 4.50. Zie, hoe zij een leugen tegen Allah smeden. En dat is, voorzeker, een klaarblijkelijke zonde. |
|