|
|
Het Huis vanNombre de versets (ayats): 200Affichage: 61-70
Imprimer la page 3.62. Dit is voorzeker de ware uitleg, en er is geen God dan Allah en waarlijk, Hij is de Almachtige, de Alwijze. 3.63. Doch indien zij zich afwenden, Allah kent de onheilstichters toch goed. 3."64. Zeg: ""O, mensen van het Boek, komt tot één woord, waarin wij met elkander overeenstemmen: dat wij niemand dan Allah aanbidden en dat wij niets met Hem vereenzelvigen en dat sommigen onzer geen anderen tot goden nemen, buiten Allah."" Maar, als zij zich afwenden, zegt dan: ""Getuigt, dat wij Moslims zijn.""" 3.65. O, mensen van het Boek, waarom redetwist gij over Abraham, wanneer de Torah en het Evangelie eerst na hem werden geopenbaard? Wilt gij dan niet begrijpen? 3.66. Ziet, gij twist over hetgeen, waarvan gij kennis hebt. Waarom twist gij dan (eveneens) over hetgeen, waarvan gij geen kennis hebt? Allah weet en gij weet niet. 3.67. Abraham was noch een Jood, noch een Christen, maar hij was een oprecht Moslim. En hij behoorde niet tot de afgodendienaren. 3.68. Voorzeker, zij die Abraham het dichtst nabijkomen, zijn degenen, die hem volgen, en deze profeet en de gelovigen, en Allah is de Vriend der gelovigen. 3.69. Een deel der mensen van het Boek zou u gaarne willen doen dwalen, maar zij doen niemand dwalen dan zichzelf, en zij beseffen het niet. 3.70. O, mensen van het Boek, waarom verwerpt gij de tekenen van Allah terwijl gij er getuige van zijt? |
|