|
|
De KoeNombre de versets (ayats): 286Affichage: 71-80
Imprimer la page 2.72. En toen gij trachttet een mens te doden en onder elkander er over twisttet, was Allah de onthuller van wat gij verborgen hieldt. 2."73. Toen zeiden Wij: ""Treft hem (de moordenaar) voor een gedeelte van het vergrijp tegen hem (de gedode)"". Aldus geeft Allah leven aan de doden en toont u Zijn tekenen, opdat gij zult begrijpen." 2.74. Daarna verhardde zich uw hart. Zij zijn als stenen, of nog harder, want er zijn stenen, waaruit stromen ontspringen en er zijn er zeker, die splijten en er vloeit water uit. En sommige zijn er die uit vrees voor Allah neervallen. En Allah is niet achteloos, ten opzichte van wat gij doet. 2.75. Verwacht gij, dat zij u zullen geloven, terwijl een aantal hunner het woord van Allah heeft vernomen en het verdraait, nadat zij het hebben begrepen, tegen beter weten in. 2."76. Wanneer zij de gelovigen ontmoeten zeggen zij: ""Wij geloven"" en wanneer zij onder elkander zijn zeggen zij: ""Verhaalt gij hun, wat Allah u heeft geopenbaard, zodat zij daardoor met u kunnen redetwisten voor uw Heer."" Wilt gij dan niet begrijpen?" 2.77. Begrijpen zij dan niet, dat Allah weet, wat zij verbergen en wat zij openbaar maken? 2.78. En sommigen hunner zijn ongeletterd, zij weten niets van het Boek, maar hebben hun valse denkbeelden: zij vermoeden slechts. 2."79. Wee daarom degenen, die een boek met hun eigen handen schrijven en dan zeggen: ""Dit is van Allah"", opdat zij er een onwaardige prijs voor kunnen nemen. Wee hun dan, voor hetgeen hun handen schrijven en wee hun voor hetgeen zij verdienen." 2."80. En zij zeggen: ""Het Vuur zal ons slechts voor een klein aantal dagen deren"". Vraag hun: ""Hebt gij dan een woord van Allah verkregen? Dan zal Allah Zijn belofte nooit breken. Of zegt gij iets over Allah, dat gij niet weet?" |
|