|
|
De KoeNombre de versets (ayats): 286Affichage: 31-40
Imprimer la page 2."32. Zij zeiden: ""Heilig zijt Gij. Wij bezitten geen kennis, buiten hetgeen Gij ons hebt geleerd, waarlijk, Gij zijt de Alwetende, de Alwijze." 2."33. Hij zeide: ""O, Adam, zeg hun de namen van deze dingen"", en toen hij de namen had genoemd, zeide Hij: ""Zeide Ik u niet: Waarlijk Ik ken de geheimen der hemelen en der aarde en Ik weet, wat gij onthult en wat gij verbergt?""" 2."34. En toen Wij tot de engelen zeiden: ""Onderwerpt u aan Adam"", onderwierpen zich allen, behalve Iblies. Hij weigerde, hij was hoogmoedig. Hij behoorde tot de ongelovigen." 2."35. En Wij zeiden: ""O Adam, verblijf gij met uw gade in de tuin en eet overvloedig, waar gij ook wilt, doch nader deze boom niet, anders zult gij tot de zondaren behoren.""" 2."36. Doch door middel van de boom verleidde Satan hen beiden en dreef hen uit de staat waarin zij zich bevonden. En Wij zeiden: ""Gaat heen - gij zijt elkander vijandig. Er zal op aarde een tijdelijke woonplaats en levensonderhoud voor u zijn.""" 2.37. Toen leerde Adam enkele woorden van zijn Heer. Zo schonk Hij hem vergiffenis, gewis Hij is Berouwaanvaardend, Genadevol. 2."38. Wij zeiden: ""Gaat allen weg van hier. En, indien er leiding van Mij tot u komt, zullen zij, die Mijn leiding volgen, vrees noch droefheid kennen." 2.39. Doch zij, die niet geloven en Onze tekenen verloochenen, zullen de bewoners van het Vuur zijn, zij zullen daarin verblijven. 2.40. O kinderen Israëls! Gedenkt Mijn gunsten, welke Ik u bewees en weest getrouw aan Mijn verbond. Ik zal Mijn verbond met u houden en Mij alleen zult gij vrezen. |
|