De Koe

Nombre de versets (ayats): 286
Affichage: 121-130 


Sourate De Koe en français Version française
Sourate De Koe en arabe Version arabe
Sourate De Koe in english English version
Sourate De Koe en español Versión española
Sourate De Koe auf Deutsch deutsche Version
Sourate De Koe in italiano Versione italiana
Sourate De Koe en phonetique Version phonetique

Imprimer la page
Envoyer à un ami
Forum Islam
Version PDF
Sourate en audio





Liste des pages: <<  13 14 15 16 17 18 19 20 21 22   >>

2.121. Zij, wie Wij het Boek hebben gegeven, volgen het na, zoals het behoort te worden nagevolgd, dezen zijn het, die er in geloven. En die er niet in geloven, zullen de verliezers zijn.

2.122. O, gij kinderen Israëls, gedenkt Mijn gunsten die Ik u bewees, dat Ik u boven die volkeren verhief.

2.123. En vreest de Dag, waarop geen ziel een andere ziel van nut kan zijn, waarop geen losprijs van haar zal worden aanvaard, geen voorspraak haar zal baten, noch zullen zij worden geholpen.

2."124. En toen Abrahams Heer hem met zekere opdrachten beproefde en Abraham deze vervulde, zeide Hij: ""Ik zal u tot leider der mensen maken"". Abraham vroeg: ""En ook aran onder mijn nakomelingen?"" Hij zeide: ""Mijn verbond betreft de overtreders niet""."

2."125. En toen Wij het Huis tot een plaats van verzameling voor de mensheid en een toevluchtsoord maakten, zeggende: ""Neemt de plaats van Abraham als een plaats voor gebed"". En Wij geboden Abraham en Ismaël, zeggende: ""Reinigt Mijn Huis voor degenen, die de ommegang verrichten en voor degenen, die er toegewijd in verblijven en voor degenen, die zich neder buigen en zich ter aarde werpen."

2."126. En toen Abraham bad: ""Mijn Heer, maak deze plaats toch tot een oord van vrede en geef vruchten aan haar bewoners, die aan Allah en de laatste dag geloven"", zeide Hij: ""Ik zal voor een korte tijd ook aan hem, die niet gelooft weldaden schenken, daarna zal Ik hem in het Vuur drijven: het is een slechte verblijfplaats""."

2."127. En toen Abraham en Ismaël de muren van het Huis optrokken, biddende: ""Heer, aanvaard dit van ons, want Gij zijt de Alhorende, de Alwetende,"

2.128. Heer, maak ons beiden aan U onderdanig en maak van ons nageslacht een volk, dat U onderdanig zij. En toon ons onze wijzen van aanbidding en wend U met barmhartigheid tot ons, zeker, Gij zijt Berouwaanvaardend en Genadevol.

2.129. Heer, doe onder hen een boodschapper opstaan, die hun Uw tekenen zal verkondigen en hun het Boek en de Wijsheid zal verklaren en hen zal louteren. Voorzeker, Gij zijt de Almachtige, de Alwijze.

2.130. En wie zal zich van het geloof van Abraham afwenden, behalve hij, die dwaas tegen zichzelf handelt? Voorzeker, Wij hebben hem in deze wereld uitverkoren en in de volgende zal hij gewis onder de rechtvaardigen zijn.


Liste des pages: <<  13 14 15 16 17 18 19 20 21 22   >>