2.101. En nu er een boodschapper van Allah tot hen is gekomen, vervullend wat zij reeds bezaten, heeft een gedeelte der mensen van het Boek, Allah's Boek achter zich geworpen, alsof zij het niet kenden.
2."102. En zij volgen dezelfde weg, die de duivels volgden tegen de regering van Salomo - en Salomo was niet ongelovig, maar ongelovig waren de duivels en zij leerden de mensen leugen en bedrog. En (zij handelen naar) hetgeen aan de twee engelen, Haroet en Maroet te Babylon was geopenbaard. Maar deze beiden leerden niemand, voordat zij hadden gezegd: ""Wij zijn slechts een beproeving, weest daarom niet ongelovig"". Zo leren zij (de mensen) van hen datgene waarmede zij een geschil maken tussen een man en zijn vrouw, maar zij schaden er niemand mede, tenzij door Allah's bevel, maar dezen leren wat hen schaadt en geen goed doet, hoewel zij weten, dat hij, die in deze zaken handelt geen voordeel heeft in het Hiernamaals, slecht is hetgene waarvoor zij hun ziel hebben verkocht, hadden zij het slechts ingezien!"
2.103. Indien zij hadden geloofd en rechtvaardig gehandeld, zou een schonere beloning van Allah gewis hun deel zijn geweest, hadden zij het slechts geweten.
2."104. O, gij die gelooft, zegt niet: ""Raainaa"", maar zegt: ""Onzornaa"" en luistert. Er is voor de ongelovigen een pijnlijke straf."
2.105. Zij die niet geloven onder de mensen van het Boek, en de afgodendienaren, gunnen niet, dat iets goeds tot u nedergezonden wordt van uw Heer, maar Allah kiest voor Zijn barmhartigheid, wie Hij wil en Allah is de Heer van grote genade.
2.106. Welk teken Wij ook opheffen of doen vergeten, daarvoor brengen Wij betere of daaraan gelijke. Weet gij niet, dat Allah macht heeft over alle dingen?
2.107. Weet gij niet, dat het koninkrijk der hemelen en der aarde aan Allah behoort? En buiten Allah is er geen beschermer of helper Xoor u.
2.108. Zoudt gij de boodschapper die tot u z werd gezonden, willen ondervragen, zoals - Mozes voorheen werd ondervraagd? Maar wie ongeloof in ruil neemt voor geloof, is voorzeker van het rechte pad afgedwaald.
2.109. Velen van de mensen van het Boek, wensen, nadat gij gelovig geworden zijt, u uit afgunst weder tot ongelovigen te maken, nadat de Waarheid hun is duidelijk geworden. Maar vergeeft en weest toegefelijk totdat Allah Zijn gebod uitbrengt. Voorzeker, Allah heeft macht over alle dingen.
2.110. En onderhoudt het gebed en betaalt de Za'kaat, het goede dat gij vooruit zendt voor uzelf, gij zult het bij Allah vinden. Voorzeker, Allah ziet al hetgeen gij doet.