De Gelovigen
23.49. En wij schonken Mozes het Boek opdat zij (de kinderen Israëls) leiding mochten volge.
23.50. En Wij bestemden de zoon van Maria en zijn moeder tot een teken en schonken hun toevlucht op een hoog plateau met groene weiden en bronnen.
23.51. O gij boodschappers, eet van hetgeen rein is en verricht goede werken. Voorwaar Ik weet goed wat gij doet.
23.52. En weet dat uw gemeenschap één gemeenschap is en dat Ik uw Heer ben. Neemt Mij derhalve tot uw Beschermer.
23.53. Maar zij hebben hun godsdienst onder elkander verdeeld, elke partij verheugt zich over hetgeen zij bezit.
23.54. Laat hen daarom voor een tijd aan hun onwetendheid over.
23.55. Denken zij dat vanwege de rijkdom en de zonen waarmee Wij hen helpen,
23.56. Wij Ons haasten hun goed te doen? Neen, zij begrijpen het niet.
23.57. Voorwaar, degenen die sidderen van ontzag voor hun Heer,
23.58. En degenen die geloven in de tekenen van hun Heer,
23.59. En degenen die hun Heer geen deelgenoten toeschrijven,
23.60. En degenen die weggeven hetgeen zij (kunnen) geven terwijl hun hart is vervuld van vrees. omdat zij tot hun Heer zullen terugkeren,
23.61. Dezen zijn het die zich haasten en wedijveren in het doen van goede werken.
23.62. Wij belasten geen ziel boven haar vermogen. Bij Ons is een boek, dat de waarheid spreekt en hun zal geen onrecht worden aangedaan.
23.63. Maar hun hart is onverschillig jegens dit Boek, en buitendien hebben zij bezigheden waarmee zij voortgaan,
23.64. Totdat, wanneer Wij degenen hunner die in weelde leven met straf grijpen, ziet, dan jammeren zij allen om hulp.
Rechercher dans le Coran
Accès sourates
Accès versets